Om twee uur ’s middags vertelden ze me dat ik van jou zou gaan bevallen. Jouw papa is gebeld en hij wordt opgevangen door een verpleegkundige en om half drie is hij op de verloskamer, de schrik zit er goed in. Ik lig dan al aan een infuus met antibiotica en om drie uur komen daar de weeënopwekkers bij. Dr. Veenstra heeft me nog een keer getoucheerd en vertelde me dat je wel met je hoofdje naar beneden ligt, daar ben ik heel blij mee, maar… je ligt in een voorhoofdsligging. Dit wordt hard werken! Om jou goed in de gaten te kunnen houden tijdens de bevalling krijg je een elektrode op je hoofd en de onderzoekstafel wordt vast in gereedheid gebracht zodat je na de bevalling direct kunt worden onderzocht.
Na een tijdje krijg ik een beetje kramp, maar ook niet meer dan dat. Daar moet ik het mee doen. Dr. Veenstra helpt me waar ze kan en vanaf kwart voor vier kan ik meepersen. Ondanks dat je diep in mijn bekken ligt, heb ik het gevoel dat het niet op schiet en dan laten ze mij in een spiegel zien dat er een stukje van je hoofdje zichtbaar is. Even later doen ze dat nog een keer en is er weer meer zichtbaar, je hebt al haar. Uit de CTG blijkt dat je het moeilijk krijgt en ik krijg een verdoving zodat er een knip kan worden gezet. Ik heb me voorgenomen dat er niet wordt geknipt, ik voel je neusje door mijn bekken glijden en met alle kracht die ik heb pers ik. Normaal wordt eerst het hoofd geboren en met een volgende perswee komt dan het lijfje. Ik heb zoveel kracht gezet dat je in een keer wordt geboren.
Ik heb je zelf gepakt en op mijn buik gelegd. Je hebt een heel korte navelstreng die door je papa is doorgeknipt. Alles moet heel vlug en je mag heel even op mijn buik liggen. Ik ben beduusd en besef nauwelijks dat ik moeder ben geworden. Dan wil ik weten of je echt een meisje bent en dat is het geval. Van ons krijg je de namen Tamara Joanne, jouw roepnaam is Tamara. In de drukte heeft niemand op de klok gekeken voor het tijdstip van jouw geboorte, behalve…. ik. Och Tamara als je je moeder ook niet had. Je bent om 16.40 uur geboren.
Jouw papa gaat bij jou kijken en maakt foto’s. Vanaf een afstandje kan ik zien dat ze met je bezig zijn en dat je zuurstof krijgt. Heel even hoor ik een paar zachte geluidjes, dan moet je naar de couveuse-afdeling. In het zilverfolie zie je er net uit als een cadeautje, ons cadeautje. Jouw papa moet nu een ponsplaatje voor je laten maken en ik, ik lig te wachten totdat de placenta eruit komt. Na een uur wordt duidelijk dat ik daar lang op kan wachten.
Inmiddels is ook Dr. Brandts erbij gekomen, hij heeft nu dienst en samen met Dr. Veenstra probeert hij de placenta los te krijgen. Er zit geen beweging in en de doktoren besluiten om de placenta te verwijderen terwijl ik een roesje krijg. Twee uur laten ben ik weer terug op de bewoonde wereld. De placenta is eruit, samen met twee liter bloed.
Ik word gewassen en krijgt een schoon nachthemd aan daarna mag ik in een schoon bed gaan liggen. Heerlijk. Het infuus moet blijven zitten en ik krijg Nalador, een paardenmiddel om de bloeding te stoppen. Ik heb me de hele zwangerschap voorgenomen om borstvoeding te geven, maar van aanleggen binnen een uur na de geboorte is niets terechtgekomen. Ik baal daar enorm van. Het is een moment dat je nooit meer terug krijgt. Je mag in ieder geval tot 8 uur na het stoppen van de Nalador geen moedermelk hebben. Lees verder