Je had al een week een kadootje in jouw kamer liggen voor moederdag. Het mooiste is dat ik jou van alles kon vragen over wat je hebt gemaakt, je vertelde er toch niets over. Dat wist ik ook en daarom vroeg ik je van alles. Papa heeft het kadootje gepakt en jij kwam er de kamer mee in om het mij te geven. Het pakpapier was al een kado op zich. Allemaal handjes met verf op het papier gezet. Dat terwijl je het verschrikkelijk vind om iets aan je handen te hebben dat vies is. Het pakpapier heb ik bewaard. Het kadootje is bijzonder mooi geworden. Een verjaardagskalender waarop foto’s van jou zijn geplakt die zijn gemaakt tijdens geliefde aktiviteiten zoals, spelen in het keukentje, spelen met ernie, de glijbaan en vingerafdrukken waar poppetjes van zijn gemaakt. Natuurlijk konden ook tekeningetjes van jou niet ontbreken. Eigenlijk is de kalender te mooi om te gebruiken. Verder was er nog een lint met lekker geurende bolletjes eraan. Ik vond de kadootjes mooi, maar jouw koppie was nog veel mooier toen je mij het ingepakte kadootje gaf. Je wist heel goed dat jij het had gemaakt en was daar duidelijk trots op. Dat zijn momenten waar ik erg van geniet en die niemand me kan afnemen.
Met leespraat gaat het goed. Je vraagt ook regelmatig om de map met de woordjes en je kunt zelfs al hele kleine zinnetjes lezen met de woordjes die je kent, zoals Tamara bal gooien, mama appelmoes eten, papa chocolade eten. Soms maken we gekke zinnetjes, Charlie appelmoes gooien en dan roep je direkt NEE. Charlie mag jouw appelmoes niet opeten en je weet dat je niet met appelmoes mag gooien. Je begrijpt blijkbaar ook wel wat je leest. Goed hoor!
