Gisteravond kreeg ik al het idee dat je het dit keer niet leuk ging vinden. Vaak zijn dat soort voorgevoelens bij mij wel juist. Bij het zien van de hond outfit had je al een duidelijk NEE laten horen. Dat was vanmorgen nog steeds zo. Toch zijn we wel naar de Carnaval gegaan. Nou je vond het maar zo zo. Iedereen in andere kleren, een prachtig versierde ruimte, je moest het even van een afstandje gaan bekijken. Het duurde even en je ging toch maar mee met de reeds verklede kinderen. Wij zouden later op de ochtend komen om mee te vieren en ik besloot om je dan pas om te kleden. Je werd een schattig hondje en het was de bedoeling om je een mooi zwart neusje te schilderen. Je werd een verdrietig hondje en het zwart van je neusje zat inmiddels in je hele gezicht. Boenen dus maar. Je bleef een beetje verdrietig. Bij het zien van de blaaskapel gooide je de deur snel dicht. Zo opgeruimd staat netjes moet je hebben gedacht, maar ze gingen wel spelen en deden dat ook goed. Je vond het een kabaal waar je geen deelgenoot van wilde zijn. Wat een verschil met vorig jaar. Toen vond je het prachtig. In de pauzes nam ik je mee naar de ruimte waar het feest werd gevierd, dat was geweldig. Je danste op de muziek van de radio en maakte iedereen deelgenoot van jouw plezier. Daar heb ik ook mooie foto’s van je kunnen maken. Maar als de kapel weer begon te spelen was alles weer een drama. Dan haalde ik je uit het feestgedruis en zochten we een rustig plekje op om in de pauze weer terug te keren. Waar je nu ook goed in bent is het verkennen van de grenzen. Oei wat ben je ons aan het uitproberen. Ook op de Toermalijn ben je daar druk mee bezig. Soms wel eens heel vermoeiend maar het is wel goed dat je het doet. Je bent je echt aan het ontwikkelen en dan hoor je ook te kijken of de grens nog steeds een grens is.