s Middags ga ik met jou naar Borghuis, daar komen we wel vaker en ze hebben daar een leuke speelhoek. Ik ben van plan om iets te kopen maar we gaan eerst naar de speelhoek en zitten daar een geruime tijd. Ik wenk jou om te komen en de schoenen weer aan te trekken omdat we verder gaan. Je loopt ook met mij mee en als ik iemand een korte vraag stel over een product ben je in een oogwenk weg. Als eerste kijk ik bij de dieren want daar waren we net langs gekomen maar daar ben je niet, dan ga ik naar de speelhoek, ook daar tref ik jou niet aan. Ik roep ondertussen steeds jouw naam maar je geeft geen antwoord en zo ben je zoek in het tuincentrum. Wat is het lastig dat je niet vertelt dat je ergens naartoe gaat. Zo ben je bij mij in de buurt en zo ben je weg als ik iemand iets vraag.
Ik heb het hele tuincentrum doorzocht, als je niet terug bent gelopen dan ben je misschien wel verder gelopen en de tuinmeubelafdeling vind je ook heel leuk, alles stoelen uitproberen, zitten, liggen, het liefst test je alle kussens. Maar ook hier tref ik je niet aan en reageer je niet als ik jouw naam roep. Ik ga naar de infobalie en geef aan wat er is. Ze komt direct in actie, maar er wordt niets omgeroepen, er worden medewerkers opgeroepen om naar je uit te kijken omdat ze niet willen dat iemand met verkeerde bedoelingen jou mee kan nemen. Het duurt niet eens zo heel erg lang dat een medewerker met jou aan komt lopen. Je bent je van geen kwaad bewust maar wel blij om mij te zien. De mensen bij Borghuis heb ik bedankt. Hij vond jou terug in de speelhoek, je had je verstopt. Jouw reactie: “Er zijn mooie verstopplekjes”. Ik kon er niet om lachen en heb in de auto niets tegen je gezegd en daarmee raakte ik jou.

Het was een enerverende week en ik weet niet zo goed meer wat ik met jou aan moet.

Post Navigation